Eerbetoon 3

Nog veel te jong was hij, toen wij hoorden dat hij ziek was. Beter worden kon niet meer. Wel kon zijn leven zo lang mogelijk zo aangenaam mogelijk gemaakt worden. Op dat moment wilde ik graag iets doen voor hem.

Eerbetoon (1)Naar Suriname

Zijn land, daar was hij al heel lang niet meer geweest. Hij moest daar terug naartoe. Ik spaarde en spaarde, tot ik genoeg had om hem mee te nemen. Ik knutselde een vliegticket, pakte het in en ging langs, met mijn lief. We kletsten, dronken thee, aten pinda’s, dansten, zongen en genoten van het samen zijn. Toen de avond bijna voorbij was, gaf ik het ingepakte knutselwerk. Hij maakte het open, en kon niets anders meer dan staren. Zo stil was hij nooit, maar nu? Ik denk wel een half uur. Wat het betekende.
Dat vroeg hij.

De voorbereidingenEerbetoon (2)

Een half jaar van voorbereiding hadden we nodig. We prikten een datum, haalden onze prikken en kochten het noodzakelijke zodat we een maand lang op pad konden met zijn drieën. In november van dat jaar was het dan zover. We stapten op Schiphol in het vliegtuig en gingen. Na een uur of 9 kwamen we aan op Zanderij. Een warme deken viel over ons heen. We waren loom. De taxi die door onze gastvrouw geregeld was, stond klaar. We stapten in. Ik voorin, want mijn wagenziekte nekt me altijd zo. De twee mannen waar ik zo van hou achterin. We reden een half uur, een wildemansrit! Bij aankomst regelde onze gastvrouw een heerlijk maal.

Zijn land

In de weken die volgden verkenden we de stad, en de jungle. Wat fijn om alles te zien door zijn ogen. Waar hij als kleine jongen liep, woonde en speelde. Wat me erg opviel aan de stad waren die kindertjes. Ze lachten bijna allemaal. Als je in Nederland door de stad loopt, hoor je op iedere straathoek wel een huilend kind. Daar niet. Ze lachten.

En weet je wat ik daar nu niet zag? Kinderwagens! Alle kinderen werden gedragen. Niet alleen in doeken, maar ook op de arm of in de nek. En als ze honger hadden, dan aten ze. En waren ze moe? Dan sliepen ze. Huilden ze, dan werden ze getroost. Ook de volwassenen gedroegen zich zo. Alles op zijn tijd, en niet te gehaast. Genieten van het eten, genieten van het zijn.

EerbetoonMijn basis

Nu ik terugdenk aan toen, dan besef ik, dat daar de basis voor mijn ouderschap ligt.
De ervaringen die ik daar onbewust opdeed, zorgen dat ik nu ben wie ik ben. Een ouder die zoveel mogelijk probeert te luisteren naar zijn kind. Door te voeden, te troosten en te dragen.

Hij is er niet meer om te zien hoe we het doen. Al een paar jaar niet meer. Maar als hij er niet was geweest, dan was ik niet wie ik nu ben. Ik ben trots op je, pap!